* Tussen vrijdagochtend en deze ochtend kom ik maar net aan 12u slaap. * Vanmorgen kroop ik om 7u45 in bed, om om 18u30 te ontwaken. En dat doet vreemd, laat mij u vertellen. * Ik ben één handschoen kwijt. Wat doe je dan met de tweede? * Ik heb een brommer nodig, eentje van bijna 40 jaar geleden. * Reizen, daar denk/praat/zaag ik elke dag over. En plannen, dat doe ik ook. * Ik kan pokeren nu. Zonder geld, want de overheid verdient aan die rage. * Nieuwe slippers en zonnebril, want de zomer moet komen. * Ik mis de zon. * Ik ben verliefd.
[ En dan denk ik bij mezelf ] donderdag, 14 februari 2008
Ik houd van deze stad. En ik houd van het nestje waar ik in woon. Ik houd van de straten, de mensen, de kussens, de potten en pannen. En ik houd van deze periode in mijn leven. Ik kan opstaan - slaperig, met warrige haardos en al – en perfect tevreden een tas thee zetten in de ochtend. En ookal is de inhoud nog veel te warm, toch sip ik aan de tas vol stippels. Tevreden kijk ik over de mistige ochtend, tuur ik tussen de bomen door. Want aan de andere kant van mijn raam staan er vele bomen. En dan denk ik bij mezelf: wat is dit een heerlijke ochtend. En dan denk ik bij mezelf: wat is dit een heerlijke tijd, wat heb ik het goed.
En dan denk ik bij mezelf: maar wat zou ik het graag met hem kunnen delen.